Werkkamp Molengoot
Molengoot
Het Rijkswerkkamp Molengoot lag in Collendoorn aan de weg van Hardenberg naar Lutten. Het bood plaats aan maximaal 192 arbeiders.
In het begin van de oorlog waren de eerste arbeiders die er tewerkgesteld werden werkloze mannen uit Den Haag en Scheveningen. Ze verrichtten spit- en graafwerk voor de Heidemaatschappij aan het afwateringskanaal De Molengoot. Eind maart 1942 moesten deze arbeiders terug naar huis om plaats maken voor een kleine groep joodse mannen.

Egbert de Lange, voormalig hulpkok uit Mariënberg, herinnerde zich de aankomst van de joodse dwangarbeiders: 'Deze groep joden bestond onder meer uit zakenlui, vooral eigenaren van kledingzaken (kledingmagazijn gebroeders Keizer). Ze moesten hetzelfde werk doen als de Scheveningers, alleen kregen ze minder eten om deze zware lichamelijke arbeid te verrichten. We kregen gewoon minder toewijzingen voor deze mensen, maar er was soms wel een mouw aan te passen. We hebben bijvoorbeeld clandestien aardappels gekocht ter aanvulling, die door de joden zelf betaald werden.'

Op 25 april 1942 kwam een grote groep van 153 joodse dwangarbeiders in Molengoot aan. Eén van hen was Flip Slier, een achttienjarige typograaf uit Amsterdam. Hij verzond tijdens zijn verblijf in het kamp vele brieven naar zijn ouders in de Amsterdamse Vrolikstraat. Op 25 april 1942 schreef hij: 'Na een werkelijk prettige reis met een fijn stel mensen zijn we hier in Molengoot aangekomen. Wat inrichting betreft valt het mij geweldig mee. We liggen alleen in aparte bedden met drie dekens en zindelijke strozakken. Alles is hier even netjes. Mooie wc's, waslokalen en goeie keten. De koffers konden wij in Hardenberg op een wagen gooien. Dit koste een dubbeltje. Na een half uur lopen kwamen we in het kamp aan. Toen we een uur in het kamp waren gingen wij met ons allen naar de kantine. Dit is een grote zaal met boeken, dam-schaakspelen en biljarttafels. Er werd een toespraak gehouden waarin werd gezegd dat we helaas niet voldoende te eten zouden krijgen. Ook werden wij gewaarschuwd voor oproer en dergelijke dingen en de straffen die daarop staan. Ook hoopte de spreker dat hij ons gauw in Amsterdam zou zien. Dit lokte een geweldig applaus uit (…).'

Ruim een week later: 'Gisteravond heb ik me voor het eerst zo vol gegeten dat ik dacht, dat ik er misselijk van zou worden. We hadden zuurkool met aardappelen. En dat schenen verschillende mensen niet te lusten. (…) Woensdag ontvangen we ons loon. Het zal wel niet veel zijn. We ontvangen 29 cent per 18 kruiwagens. Dat is misschien net een gulden per dag. (…) De stofbril heb ik niet hoeven te gebruiken. Het waait niet meer zo hard gelukkig. (…) Met dat attest hoef ik heus niet naar den dokter te gaan, dat helpt niets en trouwens hier in het kamp is niet eens een dokter. Je moet eerst drie kwartier lopen voor je er bent en dan krijg je toch geen toestemming. (…) We hebben vandaag weer hard gewerkt en ik ben doodmoe thuisgekomen. Maar ik heb me direct helemaal gewassen en ben nu weer fijn opgefrist. Ook heb ik twee paar kousen gewassen en een handdoek. Het harde werken is wegens de kou. Als we vijf minuten stil staan rillen we al. En dan een verschrikkelijke honger. (…) Gisteren avond hadden we een leuke bonte avond. Ik heb ook nog dat gedicht gedaan van de onbekende soldaat. Het viel goed in de smaak. Ik heb me best geamuseerd.'

Begin augustus 1942 kwamen er merkbare veranderingen in het kamp. Kok/beheerder Abspoel was een week op cursus geweest in het beruchte Kamp Erica, nabij Ommen. Samen met beheerders van andere werkkampen had hij een week lang training gehad. Hij leerde hoe om te gaan met joodse dwangarbeiders en hoe deze anders te behandelen dan hun voorgangers, de arbeiders van de werkverschaffing. Het regime in Molengoot werd duidelijk strenger.

Op 15 augusturs 1942 schreef Flip Slier: 'Dit is de laatste brief die ik kan schrijven welke niet gecensureerd wordt. We werden vanmiddag in de cantine geroepen. De kok sprak. Het zijn 1001 maatregelen; de kok mag niet met de joden spreken. Hij mag geen gunsten toestaan of geven. (…) Verschillende joden worden Kaputz (commandant); 5.30 uur opstaan, 5.35 aantreden voor de kamer, 5.45 bedden opmaken en wassen, 6.10 Appèl en eten. Spreken onder eten verboden. Dan gaan we afmarcheren. Ook dan is spreken verboden. Het werk mag niet worden verlaten. Eten bijkopen is streng verboden. (….) Luiheid wordt gestraft, na het eten voeten wassen, 's morgens wassen in bloot bovenlichaam. (…) En nu komt het belangrijkste: ik en ook jullie mogen slechts hoogstens 2x per week schrijven en alles wordt gecensureerd. We krijgen 's morgens per man droog brood en geen jam of suiker meer en ook geen boter. (…) Als de rotzooi mij verveeld neem ik de benen. Op slaag na is het een volledig concentratiekamp. Misschien komt dit ook nog wel.'

Egbert de Lange vertelde: 'De joodse arbeiders hebben tot oktober 1942 in het kamp gezeten. Op een avond kwam een compagnie Duitsers in het kamp, zogenaamd op doorreis. De volgende morgen hebben ze alle joden meegenomen naar Westerbork. Na het ontbijt konden die hun spulletjes pakken waarna ze onder begeleiding werden afgevoerd. Ze reageerden heel gelaten op de mededeling dat ze naar Westerbork gingen. We hadden 24 kamers in het kamp, elk voor 8 personen, maar niet alles zat vol. De groep van 20 Duitse militairen moest ongeveer 150 joden lopend begeleiden naar het station in Hardenberg.'
Vanaf het station Hardenberg werden de mannen via Zwolle naar Westerbork gebracht. Flip Slier vluchtte naar Amsterdam, vlak voor de afvoer van de joodse mannen op 3 oktober 1942. Later is hij alsnog opgepakt en via kamp Vught doorgestuurd naar Sobibor, waar hij in april 1943 is vermoord.
Na het vertrek van de joden heeft Molengoot dienst gedaan als opvangkamp voor families uit Rotterdam en Den Haag, van wie de woningen waren gebombardeerd of door de nazi's afgebroken. De eersten kwamen een maand na het vertrek van de joden in het kamp aan.
Vlak na de oorlog werden NSB-ers in de barakken geïnterneerd. Ook hebben in Molengoot nog repatrianten uit Nederlands-Indië gewoond.
Tot eind jaren zestig heeft het kamp gediend als lokatie voor de heropvoeding van "onmaatschappelijke gezinnen" uit de provincie Overijssel. Op het terrein kwam een woonschool, waar deze sociaal zwakkere gezinnen werd geleerd hoe ze een huishouden moesten bestieren. Kamp Molengoot werd vanaf 1961 "Gezinsoord Overijssel".
In 1970 werd de stichting Gezinsoord Overijssel opgeheven. Vlak daarna werd het kamp gesloten en ontmanteld. Wat nog rest is een klein bos op het voormalige kampterrein. In 2000 is hier ter nagedachtenis aan de joodse mannen een monument onthuld.