Gijsselte

Werkkamp Gijsselte

Kamp Gijsselte lag op een kruising van het fietspad Ruinen-Kalenberg/Echten-Pesse, ten noordwesten van Hoogeveen. Het kamp bestond uit twee grote barakken met elk vier kamers, een werkplaats en een bergplaats; twee wc-barakken; twee urinoirs; een watervoorziening; een barak met een keuken, ziekenzaaltje en woning voor de kok/beheerder.

Op 10 januari 1942 kwamen de eerste joodse dwangarbeiders. De maximale capaciteit van het kamp bedroeg 240 personen.

Kok/beheerder J.C. Wilmans schreef op een onbekende datum: 'Dik lag de sneeuw toen wij die opgejaagde mensen bij ons kregen. Toch hebben wij zelden zo'n prettig kamp met volk gehad als met de joden. Hoe dat kwam? Wij zaten zoals ik al schreef dik in de sneeuw. Alle dagen moesten de joden een paadje maken voor de leveranciers om het eten te brengen en 's avonds waren wij weer ingesneeuwd. Het gevolg was dat wij daar zo vrij zaten als een vogeltje in de lucht. Hierbij kwam het dat we deden wat we wilden. Onder andere feestjes in elkaar zetten, de cantine versieren met rood, wit, blauw en oranje. De vaderlandse liederen schalden over de heide. Er was immers niet één Duitsers of NSB'er die ons wat kon doen.'

De weinige bronnen geven een fragmentarisch beeld van het leven in kamp Gijsselte. Op 14 maart 1943 stuurde de heer L. Pach een ansichtkaart met achterop de tekst: 'Ter herinnering aan mijn verlof uit het werkkamp Gijzelte van 13 maart tot 17 maart 1942 (…).'

Kennelijk bazuinden sommige joodse dwangarbeiders tijdens hun verlof rond hoe goed het wel niet was in Gijsselte. In de krant De Misthoorn verscheen een lang artikel over de vetgemeste joden van het werkkamp Gijsselte.

Het regime werd strenger. De joodse dwangarbeiders mochten het kamp niet meer uit en de pakketjes moesten worden gecontroleerd. 'Al namen we dat met een korreltje zout', aldus de kok/beheerder. 'Eén keer was een Duitser ons te vlug af. We hadden de brieven net ontvangen en die lagen op een plank. Toen stapte die Duitser de keuken in, regelrecht naar die brieven. Hij bemerkte dat in verscheidene brieven een doosje sigaren of een pakje sigaretten zaten. Hij vroeg toen aan mijn vrouw of die brieven zo aan de joden gegeven werden. "Neen", zegt mijn vrouw, "die moeten nog nagekeken worden en waar wat in zit die worden teruggestuurd".'

Een brief geschreven door Simon Jacob Stad in juli 1942 geeft de volgende indruk: 'Ik vind het geweldig dat je mij - al kom ik niet meer langs - niet vergeet. Het is wel een geweldige verandering hier. Zoals je al schrijft ben ik inderdaad in de 'de put', letterlijk dan. Dat is een vakterm en werk ik nu in de heide. Het is hopen dat de oorlog heel spoedig voorbij zal zijn, dan kom ik vast eens voor plezier naar Vledder. (…) Wat de kok en zijn vrouw betreft, ik heb nu heel weinig met hun te maken, maar kan je wel mededelen dat het lang geen familie De Bruin is. Ook ik vind het naar dat ik van hun wegmoest, want het zijn werkelijk voor mij schatten geweest.' Simon ging eind juli naar kamp Westerbork, naar zijn vrouw Helena, om samen op transport te gaan naar Auschwitz.

Op 3 oktober 1942 werden de joodse dwangarbeiders uit Gijsselte per trein naar kamp Westerbork gestuurd.

392.jpg
396.jpg
420.jpg

Monumenten Gijsselte

Op 10 april 2008 werd op het kampterrein van het voormalige joodse werkkamp Gijsselte een monument onthuld. Kunstenaar ontwierp het monument, bestaande uit een Drentse zwerfkei met een plaquette. Het monument is een initiatief van de werkgroep Gedenkteken Joodse Werkkamp Gijsselte.

 

462.jpg
Onthulling van het monument door Rabbijn J.S. Jacobs en Roelof Wever.
463.jpg
De tekst op het monument.

Sporen Gijsselte

Archief Gijsselte