Diever A

Werkkamp Diever A

Het werkkamp Diever A lag in Oude Willem, een paar kilometer van het dorp Diever. Het kamp bestond uit houten woonbarakken aan twee kanten van het terrein met in het midden een grasveld, de woning van de kokbeheerder, de keuken, het waslokaal en een kantine.

De joodse dwangarbeiders voor Diever A vertrokken op 10 januari 1942 vanaf het Centraal Station in Amsterdam. Het was een barre winter. Van werken kwam de eerste tijd niets terecht. De mannen moesten alleen de toegangsweg naar het kamp begaanbaar houden.

De barakken waren niet op het extreme weer berekend. Door extra te stoken en veel dekens was het nog enigszins uit te houden. Door de vorst werkte alleen de kraan in de keuken nog: de waterleiding in de wasplaats was lange tijd afgesloten. Om zich te wassen moesten de mannen met emmers water uit de keuken halen. Maar dat voldeed niet en een deel van de mannen dreigde te vervuilen. De kamparts deed onderzoek en concludeerde dat bij elf personen sprake was van een zekere vorm van vervuiling. Daarom moesten deze mannen in het vervolg onder toezicht van een gediplomeerd verpleger gaan baden.

Om het moreel van de joodse dwangarbeiders op peil te houden werden in de loop van de winter muziek- en kaart, en schaakavonden georganiseerd. Er was zelfs een bonte avond.

Toen het weer verbeterde, werden de joodse mannen ingezet bij ontginningswerkzaamheden op de heidevelden. Er moest één meter diep worden gespit, waarna de harde onderste laag vaak met een houweel moest worden bewerkt. De oudere mannen hadden lichter werk, bijvoorbeeld tuinierswerk.

Philip Wertheim schreef op 3 mei 1942: 'Zoals jullie gehoord zullen hebben van Ina ben ik goed aangekomen. Ik werk op de heide en het is zwaar werk. Het eten is hier wel goed, maar erg weinig. Je hebt voortdurend honger.'

's Morgens werd een brood uitgedeeld waar de joodse mannen het de hele dag mee moesten doen. Sommige personen gingen naar de boeren in de omgeving om te eten of kwamen terug met aardappelsla. 's Avonds was het eten goed, maar dat zou later met de week slechter worden.
Een uitstapje naar de dokter of tandarts werd vaak gebruikt om naar het thuisfront te kunnen bellen.

Ruim een maand later, op 11 juli, schreef Philip Wertheim: 'Deze brief is in mineurstemming geschreven. Willem, zoals jij ook wel vernomen zult hebben, gaan vele Hollandsche joden naar Duitsland. Hier in het kamp zijn verscheidene opgeroepen die binnenkort weggaan. Het gaat alfabetisch.'
Twee dagen later: 'Allereerst een geruststellende mededeling namelijk de kokbeheerder kwam zaterdagavond om tien uur nog zeggen, dat mensen die in het kamp zijn niet naar Duitsland hoeven, evenmin de vrouwen en kinderen (…) Nog iets wij mogen geen pakketten meer ontvangen.'

Op 20 juli 1942 werd een deel van Diever A leeggehaald. De dwangarbeiders werden naar kamp Westerbork gestuurd. Hun plaats werd ingenomen door een groep oudere mannen van veertig tot zestig jaar, die tot dan toe nog niet waren opgeroepen. Op 2 oktober zouden ook zij met de achtergebleven oorspronkelijke groep te voet naar kamp Westerbork worden gestuurd. Onder hen ook Philip Wertheim; hij ging op transport naar Auschwitz waar hij in december 1942 stierf.

235.jpg
236.jpg
243.jpg

Monumenten Diever A

Op 2 oktober 2002 was het precies 60 jaar geleden dat de joden uit de werkkampen in Nederland werden weggehaald. In Ybenheer en Diever A en B werden die dag monumenten onthuld ter herinnering aan de joodse dwangarbeiders die de oorlog niet overleefden. de monumenten zijn een initiatief van de Stichting Joodse Werkkampen in Friesland en Drenthe. De Stichting ijvert er voor de werkkampen in It Petgat, Diever A en B, De Landweer, Ybenheer en Vledder uit de vergetelheid te halen.

De monumenten zijn ontworpen en gemaakt door MBO-cursisten van het Friesland College in Leeuwarden. Vanuit drie verschillende beroepsopleidingen heeft een groep jonge mensen zeer gemotiveerd samengewerkt aan het resultaat. In april 2003 werden soortgelijke monumenten onthuld in It Petgat en De Landweer en op 4 mei 2007 in De Fledders. De monumenten bestaan uit twee gebogen betonnen palen met daartussen een hellende glasplaat.

De palen doen denken aan de bekende betonnen palen met prikkeldraad, die rond veel concentratiekampen stonden. De cursisten hebben daarmee een verband willen leggen met het uiteindelijke lot van bijna alle joodse dwangarbeiders. In de glazen plaat zijn prikkeldraden geëtst, waartussen tekst is aangebracht. Naast informatie over de werkkampen, bevat de tekst een gedicht van Jaqueline van der Waals over de niet aflatende plicht om tegen onrecht te strijden.

443.jpg
Het pleintje in de vorm van een davidster is later aan het monument toegevoegd.

Sporen Diever A

Archief Diever A